Geschiedenis van het roeien, van de roeisport !

4.5 Rowing 1933Sinds het begin der tijden hebben mensen meren, rivieren, stromen en zelfs zeeën opgevaren en geroeid. Eeuwen geleden hebben Egyptenaren, nadien de Grieken en de Feniciërs spierkracht gebruikt, roeide, om boten vooruit te stuwen, vooraleer gebruik kon worden gemaakt van de wind. De Feniciërs gebruikten zelfs zijden kussens om niet alleen hun armen, maar ook hun benen te kunnen gebruiken.

Alhoewel in de oudheid het dikwijls als een eer werd beschouwd te roeien in hun typische galeien, werd het al gauw een echte slavenarbeid.
Wat er ook van zij, begin de 19de eeuw verschijnt in Engeland het roeien zoals we het nu kennen, met een verdere ontwikkeling op het continent en de VS. Sinds 1828 kennen we ieder jaar de beroemde tweestrijd Oxford – Cambridge op de Thames. Andere gekende regatta’s volgden, zoals de “Henley Royal Regatta” en de regatta van Luzern.

Ook in België ontstaan in de 2de helft van de 19de eeuw roeiclubs, met regatta’s aan het Terdonkmeer (Overmere-Donk) en andere Belgische steden.

Techniek (Roeien)

69803_455834386104_669881104_5781803_4884968_nOok technisch is de roeisport geëvolueerd.

Zware en brede boten, uitgerust met roeipennen en vaste banken (geen beenbeweging) zijn in de loop der jaren vervangen door lichte, fijne boten van hout, en daarna polyester of koolstofvezel, met uitleggers om de riemen op te vangen. De bankjes zijn voorzien van wieltjes die in rails lopen van 30 cm tot zelfs 90 cm lang.

Roeien lijkt simpel, maar is in wezen een zeer technische sport. Een vroegere coach , René Vingerhout beweerde zelfs dat 12 jaar ervaring nodig is om een goede roeier te worden.
De roeitechniek is eveneens geëvolueerd, van een sterke buigbeweging van de romp naar een meer rechte houding, dankzij de langere rails waarop de bankjes lopen.

De volgende fasen worden onderscheiden:
1. riem in het water, beweging van de boot, druk van de riemen op het water
2. einde van de slag, riem uit het water, draaien van het blad
3. terugbrengen naar achteren brengen van het blad
4. en de “attaque”, de bladen terug in het water
Deze fasen vereisen beheersing, en soepelheid, maar ook precisie en kracht. Alles in een fijne dosering. Het is Fairburn, Australisch trainer van de “Christ Church College” te Cambridge, die deze theorie van de soepelheid heeft gepromoot.

Materiaal

rowing 3.1Er zijn 8 categorieën van boten, waarvan 3 genoemd “koppel” met 2 riemen per roeier, en 5 “punt” , met 1 riem per roeier.
In koppel kennen we de skiff (1 roeier), de 2 koppel of dubbeltwee (2 roeiers) en de 4 koppel (4 roeiers)
In “punt” kennen we de 2- (2 roeiers zonder stuurman), 2+ (2 met stuurman), 4- (4 zonder stuurman), 4+ (4 met stuurman) en de 8+ (8 roeiers altijd met stuurman) – dikwijls het koningsnummer tijdens de regatta’s .
In sommige landen bestaat ook voor de -15 jarigen een 8 koppel. Misschien te ontwikkelen in België?
De olympische categorieën zijn de volgende:
1. Skiff
2. Dubbeltwee
3. Dubbeltwee lichtgewicht (roeiers max 70kg).
4. 2 zonder stuurman
5. 4 koppel
6. 4 zonder stuurman
7. 4 zonder stuurman lichtgewicht
8. De 8+

oartulipsOok de riemen zijn geëvolueerd. Eerst waren de bladen symmetrisch fijn en lang (“fluit”); nadien zijn ze breder en licht gebogen (tulpvorm) genaamd “Macon” naar de stad waar ze tijdens het EK voor het eerst werden gebruikt.
Sinds de jaren 90 zij de bladen asymmetrisch, een “hakbijl” vorm die steeds breder is geworden “big blades”, ook met “vortex” uitgerust, en tot nog bredere : “smoothies” en “Faties”.
De bladen zijn dikwijls geverfd in de kleuren van de club of van het land.
De lengte van de riemen is verkleind om de grotere oppervlakte van de bladen te compenseren.

Roei-Wedstrijden

11053367_824918637577499_5083181402056949152_nVoor olympische en internationale roei-regatta’s is de lengte 2000 m. Jongeren ( In de winter vinden wedstrijden over langere afstanden plaats. Oxford – Cambridge bijvoorbeeld gaat over een afstand van 4 mijl – 250 yards.
Soms worden sprint-regatta’s georganiseerd, over een lengte van 500 of 1000 meter.

Toertochten over 10 – tallen km worden regelmatig in toeristisch aantrekkelijke plaatsen georganiseerd.